Tolk Nederlands – Frans voor de HVA en cultuurverschillen…

Posted by on mei 26, 2009 in Blog, Geen rubriek, Tolken | 0 comments

Op maandag 25 mei mocht ik als tolk Frans optreden in het kader van een uitwisseling tussen een Parijse school en de Hogeschool van Amsterdam. De Franstalige studenten spraken geen Engels en de Nederlandse studenten geen Frans… Dan heb je wel een tolk Frans nodig! ;-)

Wat me het meest opviel tijdens deze toch vrij informele ontmoeting is het verschil in omgangsvormen tussen Nederlanders en Fransen. Ik mocht bijvoorbeeld een gesprek tolken tussen een Franse docente en een Nederlandse student waarbij de Française de Amsterdamse student tutoyeerde en de Amsterdamse student de Française vousvoyeerden (ja, dat woord staat ook in het woordenboek = “met u aanspreken). Als tolk moet je dan de voornaamwoorden omwisselen: vous wordt dus jij en jij wordt dus vous… In Frankrijk wordt over het algemeen het tutoyeren van een docent niet op prijs gesteld terwijl het heel gewoon is in Nederland. Ik ken ook geen Nederlandse docenten die hun studenten met “u” aanspreken…

Als tolk Frans moet je dus voortdurend rekening houden met cultuurverschillen. Foute omgangsvormen kunnen tenslotte een gesprek verpesten en je bent als tolk verantwoordelijk voor een goed lopend gesprek. Weten wanneer je tu (jij) of vous (u) moet gebruiken in het Frans kan een ware hersenbreker zijn voor Nederlanders die opgegroeid zijn in een “jij-cultuur”.

Hier zijn een paar vuistregels:

  • Kinderen spreek je meestal aan met tu.
  • Als de persoon met wie je spreekt ouder is dan jij, gebruik je vous (ook als deze persoon je met tu aanspreekt!).
  • Hiërarchie speelt ook een grote rol: je spreekt je baas of je docent met vous aan. Als een docent je met tu aanspreekt dan betekent nog niet dat je de vrijheid kan nemen om hem/haar te tutoyeren…
  • Iemand die je niet kent, spreek je met vous aan (behalve kinderen en jonge leeftijdgenoten). Dus bij de bakker, in een winkel, in de trein of bij een eerste ontmoeting gebruik je vous.
  • En dan zijn er de twijfelgevallen: mensen die je in een informele setting, bijvoorbeeld een sportvereniging, ontmoet, collega’s, leeftijdgenoten… De veilige manier is om in dit geval met vous te beginnen en als het “klikt” heel beleefd te vragen: On pourrait peut-être se tutoyer (We zouden misschien elkaar kunnen tutoyeren) of Ça vous dérange si on se tutoie? (Vindt u het goed als we elkaar tutoyeren?)…

    Aanvoelen wanneer je mensen met tu of vous moet aanspreken vergt veel ervaring… En als je het echt niet meer weet, kun je altijd uitleggen dat het in Nederland gebruikelijk is om elkaar te tutoyeren!

    Jonathan

  • Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *

    *

    You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>